SAMENGESTELD DOOR
HENK BACKER
0.
(verschijnt binnenkort)
6.
Beeldbewerking in Photoshop
12.
Productbesprekingen
1.
Inleiding
7.
Lesbrieven
13.
Externe sites
2.
Kleurbeheer
8.
Photoshop Tips
14.
 
3.
Workflow Adobe Lightroom
9.
Een toelichting op ....
15.
Trefwoorden
4.
Hoe beginnen met Lightroom 4?
10.
Esthetica en fotografie
16.
Woordenlijst
5.
Workflow DxO en Lightroom
11.
Insteekmodules (plugins)
17.
Colofon en contact

Zoeken op trefwoord:
8-01-2005

 

ESTHETICA EN FOTOGRAFIE

Dit artikel van Alain Briot is het zesde in een serie van negen verhandelingen die zich richten op de esthetische aspecten van fotografie met de bedoeling om de fotograaf te helpen bij het maken van smaakvolle foto's, die de moeite waard zijn om te bekijken. Dit verhaal behandelt de vele aspecten rond de belichting.

DEEL 6 - DE BESTE BELICHTING

1 - Inleiding
Belichting. Wanneer de belichting is ingesteld en de fotogemaakt is er geen weg terug. Dan maar hopen dat alles goed is gegaan en dat het beeld in zijn geheel is doortekend en alle details laat zien. Maar wat als je niet alle details kunt zien? Als de berekende belichting niet geheel correct is? Of als je echt helemaal fout zit, is er dan nog een mogelijkheid tot herstel? Van meer belang is de vraag hoe je met grote nauwkeurigheid de juiste belichting kunt bepalen en de teleurstelling vermijden van een mislukte foto.
Veel vragen en helaas maar weinig antwoorden. Belichting heeft niet de meeste aandacht in de gesprekken over fotografie. Artikelen zijn zeldzaam en veel fotografen schuwen het onderwerp. Niet verwonderlijk. Belichting is geen keiharde wetenschap. We hebben te maken met een zekere ruimte om af te wijken, wat onder meer samenhangt met artistieke interpretatie.
Laten we eens wat beter kijken naar een aspect van de fotografie waar zelden naar wordt gekeken. En dan niet op een krampachtige manier maar laten we er plezier aan beleven. Uiteindelijk zijn slecht belichte foto's niet dodelijk, alleen maar vervelend en teleurstellend. Het goede nieuws is dat er altijd weer opnieuw foto's zijn die we wel beter kunnen belichten na het lezen van dit artikel.

2 - Het belang van een goede belichting
Om de best mogelijke afdruk van een foto te kunnen maken is een juiste belichting van groot belang. De film of het digitale bestand bevat het maximum aan gegevens over het desbetreffende tafereel.
Ansel Adams was oorspronkelijk opgeleid als pianist en hij maakt vaak vergelijkingen tussen fotografie en muziek. Hij vergeleek het negatief met de partituur en de foto met de uitvoering. Deze vergelijking kunnen we nu doortrekken naar de dia en naar het RAW bestand. De uitvoering, de afdruk is niet veranderd. Net zo min als de vergelijking van Adams. Hoe beter de partituur, hoe beter de uitvoering.
Om de best mogelijke partituur te krijgen wil je zoveel informatie als mogelijk is over het tafereel vastleggen op film of in het digitale bestand. Bij voorkeur wil je dat alle delen van het tafereel gedetailleerd zijn en omdat de belangrijkste delen de schaduwen en de hooglichten zijn, wil je daarin ook details terug vinden.
Om zowel doortekening in schaduwpartijen als in de hoge lichten te krijgen ben je afhankelijk van de het contrastbereik van de film of van de digitale sensor. Dit contrastbereik - gemeten in f-stops - is van film tot film en van sensor tot sensor verschillend. Hiermee raken we gelijk aan de belangrijkste leerstelling over belichting: voor een goede belichting moet je het contrastbereik kennen van film of sensor.

3 - Grijskaarten, onderbelichting en overbelichting
Nu eerst de uitleg over enkele termen die op belichting betrekking hebben.
Grijskaarten
En grijskaart is neutraal grijs. Kodak levert ze. Ze reflecteren exact 18% van het licht dat er opvalt. Dit is belangrijk want belichtingmeters zijn afgesteld op 18% grijs. Een foto van een éénkleurig oppervlak laat een 18% grijze kleur zien. Een zwart vlak wordt 18% grijs en een witvlak eveneens als je doet wat de belichtingsmeter aangeeft.
Een belichtingsmeter is een apparaat dat de wereld in 18% grijs weergeeft en iedere belichting wordt dienovereenkomstig berekend. Een zwart-wit beeld wordt in neutraal grijs weergegeven. Een kleurenfoto geeft een equivalent van 18% grijs weer. Hij is niet grijs maar de weerschijn is gelijk aan een 18% grijskaart.
Talloze camera's berekenen de belichting en vergelijken de uitkomst van het tafereel met een gegevensbestand van duizenden foto's dat is opgeslagen in het digitale geheugen van de camera. Zo wordt niet blindelings gevolgd wat de meter voorschrijft, maar vergelijken de resultaten met vergelijkbare foto's en passen dienovereenkomstig een correctie toe. Deze camera's geven gemiddeld een hoger percentage goed belichte foto's. Alleen in extreme omstandigheden zul je zelf een correctie moeten toepassen.
Overbelichting
Bij overbelichting wordt de foto langer belicht dan hetgeen de meter aangeeft. Je bent van mening dat de waarde van de belichtingsmeter niet tot een goede foto leidt en je belicht langer.
Overbelichting resulteert in een helderder beeld.
Onderbelichting
Bij onderbelichting wordt de foto korter belicht dan de meter aangeeft, omdat je van mening bent dat korter belichten in een specifiek geval tot een beter beeld leidt. Het beeld wordt donkerder.

De maan bij Tear Drop Arch, Monument Valley, Utah, USA.

Deze foto had gemakkelijk overbelicht kunnen zijn als de gemiddelde meteruitslag zou zijn gebruikt. Om het detail van de maan en de wolken tot zijn recht te laten komen moest de rots beduidend worden onderbelicht. Hoewel er nog enig detail in de rots zichtbaar is besloot ik om - behalve de linker bovenhoek - de rots in zwart af te drukken om de grimmige kwaliteit van het beeld te benadrukken.


4 - Hoe stel je het contrastbereik van je film of van je digitale camera vast?
Deze vraag leidt tot de eerste oefening in dit artikel en ga daarbij als volgt te werk:
Zoek een gelijkmatig belicht en gekleurd structuur oppervlak. Dat kan een muur zijn met een structuur een in open schaduw. Bij voorkeur zou deze muur neutraal grijs moeten zijn of daarbij zo dicht mogelijk in de buurt komen.
Ga zo dicht naar dit oppervlak, dat je dat alleen en niets anders in je zoeker ziet.
Maak een opname met de belichting die je camera aangeeft.
Maak nu opnemen met één, twee, drie, vier, vijf stops onderbelichting. De gebruiksaanwijzing van de camera kan je vertellen hoe dit moet als je er niet vertrouwd mee bent
Maak nu opnamen met één, twee, drie, vier, vijf stops overbelichting.
Laat de film ontwikkelen door het laboratorium en laat ze geen correcties toepassen. En als je digitaal werkt open de digitale opnamen in je RAW converter zonder correctie toe te passen.
Bekijk de filmstrook op een lichtkast en de digitale beelden op een correct gekalibreerde monitor. Je hebt nu in beide gevallen één correct belichte opname en vijf onderbelichte en vijf overbelichte opnamen.
Nu ga je op zoek naar de opnamen die zo licht of zo donker zijn dat er geen detail van de structuur meer wordt weergegeven. Tel nu het aantal opnamen waarin detail zichtbaar is en reken daarbij de juist belichte opname niet mee. Als je in totaal zes opnamen kunt tellen is het contrastbereik van je film of van je digitale sensor zes stops.
Het resultaat is per film en per digitale sensor verschillend. Ik gebruik bijna uitsluitend Fluvia Provia 100E en ik weet dat ik veiligheidshalve kan werken met vijf stops, drie onder- en twee overbelicht.
Nu je dit eenmaal weet kun je veel beter de optimale belichting vaststellen op de volgende manier:
Meet eerst het donkerste en dan het lichtste deel van het tafereel. Een spotmeter geeft de beste resultaten.
Bereken nu het aantal stops verschil tussen lichtste en donkerste deel. Bijvoorbeeld, als het donkerste deel een waarde aangeeft van f2.8 bij 1/60 seconde en het lichtste deel f16 bij 1/60 seconde dan heb je contrastbereik van vijf stops in het tafereel. (Bedenk dat ergens tussen deze waarde de correcte belichting ligt en die wordt niet meegeteld).
Voor de goede orde: je moet de diafragma schaal en de sluitertijden schaal uit je hoofd kennen. Hier zijn ze:
f-stops
f1 - f1.4 - f2 - f2.8 - f4 - f5.6 - f8 - f11 - f16 - f22 - f32 - f45 - f64
sluitertijden
1/500 - 1/250 - 1/125 - 1/60 - 1/30 - 1/15 - 1/8 -1/4 - ½ - 1 - 2 - 4 - 8 - 16 - enz
Elke plaats op .beide schalen verschilt één stop met de naburige. Bij de diafragma waarden (f-stops) betekent een hoger getal onderbelichting bij gelijkblijvende sluitertijd. Bij de schaal van de sluitertijden betekent een hogere waarde overbelichting bij gelijkblijvend diafragma.

Lomaki Ruin, Wutpaki National Monument. Linhof Master Teknica 4x5, Rodenstock 150mm, Fuji Provia 100F.

Deze foto vertoont een geweldig contrast vanaf de schaduwpartij van de ruine tot de bergen en de lucht. Om nog enige details in de ruine te laten zien moest ik de bergen bijna overbelichten. Als ik het contrastbereik van de film niet had geweten, dan zou ik de juiste belichting niet hebben kunnen berekenen.


5 - Het belang van het histogram
Met de komst van digitale vastlegging werd een nieuw hulpmiddel geïntroduceerd voor het bepalen van de juiste belichting: het histogram. Met een histogram hebben we niet alleen gegevens over de juiste belichting vóór de opname, maar tevens een beeld van het resultaat ná de opname. Het histogram geeft informatie over:
- het contrastbereik van het tafereel
waar de verschillende belichtingswaarden liggen
of in alle onderdelen de details zijn vastgelegd.
In dit opzicht is het histogram het beste wat fotografen is overkomen sinds de uitvinding van de belichtingsmeter. Een histogram vervangt de belichtingsmeter niet. Die hebben we nog steeds nodig om de belichting te berekenen. Het histogram verschaft ons echter de informatie die we vroeger pas in de donkere kamer kregen en dat is een overzicht van de verdeling van de verschillende onderdelen.
Sommige histograms zijn monochroom, andere geven drie kleuren weer. Een monochroom histogram laat zien waar de helderheidwaarden in de foto zitten. Een drie-kleuren histogram laat zien waar de helderheid in de drie primaire kleuren - rood, groen en blauw - zijn vastgelegd. Je kunt nu bij een drie-kleuren histogram de helderheid van de afzonderlijke kanalen beoordelen. Helaas hebben de meeste digitale camera's geen drie-kleuren histogram; toch geeft het monochrome histogram ons zoveel informatie dat we een nieuwe opname van het zelfde tafereel kunnen maken met een gecorrigeerde belichting.
6 - Bracket, bracket, bracket.
Jarenlang hebben fotografen een simpel middel toegepast om tot de juiste belichting te komen: bracketing. Bracketing is het maken van verschillende opnamen van het zelfde tafereel, maar ieder met een enigszins andere belichting in de aan zekerheid grenzende verwachting dat één van de opnamen de juiste zal zijn.
Bracketing laat dus zien dat het proefondervindelijke nog steeds opgeld doet. Ondanks voortdurende verbeteringen in materiaal, techniek en werkwijze blijft er een stukje te raden over. Bracketing biedt een universele toepassing bij moeilijke belichtingen. Je hoeft alleen maar te zorgen dat je zo dicht mogelijk in de buurt bent.

Zonsopgan in de winter, Zion National Park, Utah, USA. Hasselblad 503CW, Zeiss 150mm, Fuji Provia 100F

Het meten van dit tafereel kan een echte uitdaging zijn. Ik maakte slechts een opname, die er goed uit kwam omdat ik wist dat ik de sneeuw partijen in de schaduw gemiddels grijs wilde hebben. Ik bepaalde met een spotmeter dat deel aan de linker bovenkant. Het gevolg was dat de rots rechts boven tamelijk donker werd en de sneeuw op de bomen in het zonlicht werd bijna wit. Zo'n tafereel is echter uitermate geschikt voor bracketing als je niet helemaal zeker van je zaak bent. Je kunt beter voor twee ankers gaan liggen om een marine term te gebruiken.


Zelf bracket ik met film en met digitale opnamen. Met film is het de extra uitgave meer dan waard. Bij digitale opnamen spelen extra kosten geen rol en behoort bracketing tot een tweede natuur te worden als de juiste belichting erg moeilijk is of als je onvoldoende tijd hebt om de juiste belichting te bepalen. In de praktijk bracket ik met één sop over en één stop onderbelichting vergeleken met de berekende belichting. Maar soms is een halve stop over en onder beter. Bij voorbeeld als mijn berekende belichting is f.22 bij ¼ seconde dan maak ik een opname met deze instelling en een opname bij f.22 en ½ seconde en nog een bij f.22 en 1/8. Nu heb ik een ruimte van twee stops en dat geeft mij in de meeste gevallen de verzekering dat ik tenminste één goed belichte opname heb.
Bij digitale opnamen wordt aanbevolen om "naar de rechterkant" te belichten zoals Michael Reichmann zegt. Deze benadering stoelt op het verschijnsel dat digitale camera's meer informatie in de hoge waarden vastlegt dan in de lagere waarden. Naar de rechterkant belichten betekent overbelichten. Maar hoeveel? Net zoveel als nodig is om de hoogste waarden helemaal naar de rechterkant van het histogram te bewegen zonder over de schreef te gaan. Het betekent tevens dat je de belichting bij de conversie van het RAW bestand terugbrengt naar de normale belichtingswaarde. De winst is een beter beeldkwaliteit vooral in de middelste waarden en in de schaduwpartijen waarin extra informatie werd vastgelegd tengevolge van de overbelichting.
Als je "naar rechts" belicht moet je er op bedacht zijn dat een beeld uit drie kanalen (rood, groen en blauw) bestaat en dat het niveau van helderheid verschillend is voor elk kanaal afzonderlijk. Heeft je camera een histogram met slechts één kanaal wees dan voorzichtig met overbelichten omdat je dan per ongeluk één of twee kanalen te veel overbelicht. Natuurlijk is het veruit ideaal om een camera te hebben met een driekanaals histogram zodat je de kanalen kunt beoordelen. Helaas zijn er ten tijde van het schrijven van dit artikel (april 2004) maar weinig van zulke camera's op de markt.
Bij het belichten met een enkelkanaals histogram maak ik altijd een opname met één en soms ook nog een opname met twee stops onderbelichting. Ik bereik hiermee, dat niet één van de kanalen is gekiept en dat ik dus alle informatie in een bestand beschikbaar heb. Het kost me uiteindelijk niets extra en ik kan op het LCD scherm van de camera beter een onderbelicht dan een overbelicht beeld beoordelen, wat handig is om te voorspellen hoe de kleuren er op de uiteindelijke afdruk uit zullen zien.

Zonsopgan in de winter, Zion National Park, Utah, USA. Hasselblad SWCM-CF, dedicated Zeiss Biogon 38mm, Fuji Provia 100F

Nog een moeilijk tafereel. In de eerste plaats veranderde het licht erg snel door de opkomende zon en ten tweede was het contrast erg groot door zonlicht en de diepe schaduw. Ik had geen tijd voor bracketing omdat de wolk snel verdween. Het tafereel laat de details gelukkig zien. De schaduwen lijken blauw door de weerschijn van de blauwe lucht.


7 - Maak een studie van het tafereel dat je gaat fotograferen
Fotografische onderwerpen zijn niet gelijk en je kunt ze niet allemaal op de zelfde manier belichten. Vandaar het belang van een grondige studie van het onderwerp. Er zijn drie gevaren waarop je moet letten.
A - Erg heldere onderwerpen
Erg heldere onderwerpen zullen veelal je meter in verwarring brengen en onderbelichte opnamen tot gevolg hebben. Je meter wil immers alles terugbrengen tot een 18% neutraal grijs. Als het onderwerp wit is en je wilt dat het als wit naar voren komt moet je overbelichten om tegenwicht te bieden aan de poging van de meter om alles grijs te maken.
Een typisch voorbeeld is sneeuw, dat per definitie wit is, sterk reflecteert en de oorzaak is van vele onderbelichte foto's. Sneeuw moet je één of twee stops overbelichten, waarbij het belangrijk is of de sneeuw zich in het zonlicht of in de schaduw bevindt. Sneeuw in de schaduw hoeft minder te worden overbelicht, tenzij je het helderder wilt dan het in werkelijkheid is.
Oppervlaktes met heldere weerschijn zijn een ander potentieel gevaar voor onderbelichte foto's. Zonlicht reflecterend in water of een metalen voorwerp dat rechtstreeks door de zon wordt beschenen of zelfs een heldere bergwand moeten allemaal worden overbelicht met één of twee stops in vergelijking met de gemeten waarden. Opnieuw, de meter leest de helderheid correct maar vertaalt dat naar 18% grijs, terwijl de werkelijkheid dichter bij wit ligt.
B - Erg donkere onderwerpen
Erg donkere onderwerpen kunnen de meter eveneens in verwarring brengen. Deze keer leidt dat tot overbelichting teneinde tot grijs terug te brengen wat in werkelijkheid zwart of bijna zwart is. Een typisch voorbeeld is tegenlicht bij zonsopkomst met de omtrek van rotsen, bergen, monumenten of bomen. Je kunt deze elementen het beste zuiver zwart laten omdat het bijna niet mogelijk is om zowel details in de donkere partijen als in de luchten te krijgen. Je meter zal wederom proberen alles tot 18% grijs terug te brengen. Onderbelichting met één of twee stops is de oplossing voor een juiste belichte foto.
Evenzo vragen zwarte of donkere onderwerpen om enige onderbelichting als je wilt dat ze als donker of zwart op de foto verschijnen.
C - Snel wijzigende lichtniveaus
Ik kan er niet genoeg de nadruk opleggen dat het belangrijk is om het lichtniveau in de gaten te houden bij kritische momenten als zonsondergang of zonsopkomst. Deze snelle verschillen zijn met het blote oog moeilijk waar te nemen. Zo ook de aanwezigheid van wolken die dan wel en dan weer niet voor de zon drijven maken het de fotograaf niet gemakkelijk. In die omstandigheden past ons oog zich aan die veranderingen aan en hebben we de verschillen in helderheid niet in de gaten.
Houd het licht voortdurend in het oog. Vooral als je met handmatige instellingen en een losse meter werkt, zoals ik doe met 4x5. Toch gaat het ook op voor automatische camera's. Donkere partijen bij zonsondergang worden verlicht bij zonsopkomst en brengen de ingebouwd meter in verwarring. Of de camera overbelicht iets wat in werkelijkheid donker moet zijn.
8 - Hoge contrasten overbruggen
Wat moet er gebeuren als het contrast zo hoog is dat je er niet in slaagt de belichting zo vast te stellen dat je zowel in de schaduwen als in de hooglichten de details behoorlijk kunt weergeven? Wees er van verzekerd dat je niet de enige bent die met dit probleem worstelt. Het heeft fotografen dwars gezeten vanaf het allereerste begin van de fotografie. Gelukkig zijn er de volgende mogelijke oplossingen.
A - Tweeledig neutraal grijsfilter.
Tweeledig neutraal grijsfilter is een filter dat uit twee delen bestaat: onderaan een helder deel en een neutraal grijs deel bovenaan. Het heldere deel is groter dan het grijze deel, gewoonlijk in de verhouding 2:1 of 3:1. De overgang tussen helder en grijs verloopt geleidelijk.
Deze filters zijn er in zowel éénstops, tweestops, driestops of meer. Voor mij heeft de éénstops of de tweestops de voorkeur. Een sterker filter maakt het effect te nadrukkelijk en onnatuurlijk. Een zachte overgang heeft daarbij de voorkeur omdat de overgang dan niet zichtbaar is op de film.
Het gebruik van het filter is eenvoudig. Plaats het in een houder voor het objectief en schuif het omhoog of omlaag totdat je de juiste plaats hebt gevonden. Een veel voorkomend gebruik van het filter is ter compensatie van de helder lucht bij zonsopkomst of zonsondergang. Je plaatst het grijze deel over de luchtpartij en de overgang ter hoogte van de horizon. Zelf kun je nog talloze andere gebruiksmogelijkheden verzinnen.

Bistro in Parijs, Canon 300D met aangepaste lens 18-55mm

Deze drie foto's tonen een perfect voorbeeld van digitaal sandwichen. Ik maakte één opname. Toen ik die later vanuit RAW omzette merkte ik dat ik niet in alle onderdelen details kon laten zien. Daarom maakte ik twee conversies, één voor de hooglichten en één voor de schaduwpartijen. Vervolgens voegde ik de twee bestanden in Photoshop samen. Dit kost weinig moeite en met de borstel kun je precies aanpassen wat je wilt. De derde foto is het resultaat.

B - RAW conversie voor de hooglichten en voor de schaduwpartijen.
In het veld kun je niet veel meer doen dan een filter met tweevoudig neutrale dichtheidgebruiken. Je kunt je natuurlijk beperken tot taferelen waarbij het contrast dat van je film of van je digitale sensor niet overtreft, maar dat is zonde; het beperkt je te veel. In de donkere kamer kun je echter nog wel het een en ander bereiken.
Een bijzonder effectieve manier voor de digitale beelden is de aparte RAW conversie voor de hooglichten en één voor de schaduwpartijen. Deze techniek werkt goed omdat je in een RAW bestand wel alle informatie tot je beschikking hebt maar deze niet in één beeld kunt laten zien.
Begin eerst met de conversie voor de hooglichten en pas de belichting in het conversieprogramma aan zodat de hooglichten er uitzien zoals je wilt. Je moet de belichting dus wat verminderen. Pas de conversie toe en sla het nieuwe bestand op. Ga vervolgens terug naar het oorspronkelijke RAW bestand en pas dat aan voor de schaduwpartijen door de belichting wat te verhogen. Maak een tweede conversie en sla ook dit bestand op.
Open beide bestanden in je beeldbewerkingsoftware en sleep het ene bestand in een apart kanaal in het andere bestand. Voeg een laagmasker aan dit kanaal toe en verwijder met een zachte borstel die delen van het bovenste beeld weg, die je niet kunt gebruiken. Bij voorbeeld, als je bovenste beeld dat met de hooglichten is, verwijder dan de schaduwpartijen van het bovenste beeld zodat de schaduwpartijen van het onderste beeld te voorschijn komen.

C - Hooglichten en schaduwpartijen scannen
Een vergelijkbare techniek kan tegenwoordig worden toegepast door het zelfde negatief of de zelfde dia tweekeer te scannen, waarbij eerst de instellingen worden afgestemd op de hooglichten en de tweede keer op de schaduwpartijen. Importeer dan beide beelden in je beeldbewerkingsoftware volg de handelwijze zoals onder B beschreven. Zorg er wel voor dat de film in de scanner niet verschuift tussen de twee scans; anders komen de beelden niet nauwkeurig op elkaar.
Je kunt je afvragen waarom niet op één bestand de aanpassingen als curven,doordrukken en tegenhouden of het nieuwe hooglicht-schaduw filter van Photoshop CS toepassen. Indien kleine correcties nodig zijn kan dit best, maar bij ingrijpende contrastcorrecties voldoet de beschreven techniek beter. Je werkt dan namelijk met bestanden die over alle oorspronkelijke informatie beschikken zonder dat er correcties op zijn toegepast.

D - Sandwiches
De hierboven beschreven methode zal niet werken indien in een enkel beeldbestand niets van de schaduwpartijen of niets van de hooglichten is vastgelegd. Toch als je een aantal opnamen van hetzelfde tafereel hebt gemaakt met verschillende belichtingen, dan zal op één beeld de schaduwpartij er goed uitkomen en op een ander beeld de hooglichten.
In dit geval kun je de beelden over elkaar leggen en de delen met details van iedere foto gebruiken. Dit vergt wat meer tijd dan de andere methode en heeft betere resultaten bij digitale beelden omdat die een volkomen identieke registratie hebben als de camera op een statief was geplaatst, niet was verplaatst tussen de twee opnamen en de zelfde lens met de zelfde brandpuntafstand was gebruikt. Met film is sandwiching moeilijker omdat twee achtereenvolgende opnamen nooit exact de zelfde plaats in de camera innemen.
Open beide beelden en breng ze samen in één bestand in twee verschillende lagen. Pas dan weer de zelfde methode toe die hierboven is beschreven. Verwijder de gebieden die niet aan de eisen voldoen. Gebruik een zachte borstel en een relatief breed overgangsgebied. Je kunt ook nog wat experimenteren met de dekking van de bovenste laag en die bijvoorbeeld lager dan 100% instellen waardoor beide lagen zichtbaar worden in de gebieden waar de overgangen zichtbaar worden.
Bedenk bij dit alles wel dat - hoewel je beelden kunt combineren - dit niet altijd de beste oplossing hoeft te zijn. Lang niet altijd is het nodig om alle details overal zichtbaar te maken. In sommige foto's leidt dat niet tot het sterkste resultaat. Overal details zien kan soms wel onnatuurlijk zijn. Jij hebt evenwel het laatste woord en daarbij gaat het er om of je wel of niet overal alle details in het beeld wilt laten zien.
Als je een aantal originelen hebt en beschikt over voldoende tijd, geduld en handigheid, zul je er best in slagen om een foto te produceren met alle details. Toch kun je achteraf tot de conclusie komen dat dit niet is wat je wilt.We hebben het dan eerder over jouw persoonlijke stijl dan over je vaardigheid, een facet dat we verderop in deze serie uitgebreider zullen bespreken.

Onderste ruïne, Tonto National Monument, Arizona, USA

Deze foto bevat twee scans van verschillende dia's. Ik realiseerde me het grote contrast en besloot twee opnamen te maken om de details van de lucht en van de rotsen te pakken. In Photoshop voegde ik ze samen op twee lagen en gebruikte een laagmasker om die delen te verwijderen die ik niet wilde hebben. Hoewel er enig detail in de rechter hoek is terug te vinden gaf ik toch de voorkeur aan puur zwart in de afdruk, zoals bij de Tear Drop Arch.


9 - Maak jezelf vertrouwd met losse belichtingsmeters
Een losse belichtingsmeter, vooral een spotmeter, is een waardevol hulpmiddel om een tafereel door te meten, zelfs als je camera een ingebouwde meter heeft. Ik gebruik een losse spotmeter steeds als ik een tafereel moet meten dat uit het oogpunt van belichting nogal wat vergt. Hieronder zijn enkele voorbeelden van losse belichtingsmeters.
A - Gossen Prosix analoge meter met spot hulpstuk (Luna Pro is de aanduiding in Amerika)


Deze meter gebruik ik sinds 1980. Het spot hulpstuk biedt een meethoek van 7,5 of 14 graden; ik gebruik meestal de instelling van 7,5 graden. De naald wijst naar de meetwaarde als die bij de nul in het midden van de schaal wordt geplaatst. Als je de hooglichten van een tafereel meet en de meetwaarde op +2 zet en dan de schaduwpartijen meet kun je direct zien of de film het contrastbereik kan overbruggen. Twee stops kunnen de meeste diafilms aan zonder dat de hooglichten worden uitgevreten. De cirkelvormige schaal onder het instelwiel biedt alle informatie over de combinaties van diafragma en belichtingstijd en tevens gegevens over de toepassing van het zonesysteem.

B - Gossen Starlite digitale belichtingsmeter

Dit is de digitale versie van de Luna Pro. Hij biedt het voordeel van een 1 en 5 graden meethoek, flits meting,omgevingslicht en nog veel meer. Je kunt verschillende gebieden van het tafereel meten en de meter berekent dan de gemiddelde belichtingswaarde. De meter is erg nauwkeurig maar geeft naar mijn smaak niet de directe vergelijkbare waarden van de analoge meter. Digitale meters met vergelijkbare functies komen ook van onder andere Seikonic en Minolta.
C - Pentax 1 graads spotmeter


Pentax introduceerde deze meter twintig jaar geleden en heeft hem onlangs uit de productie genomen. Het werd het voorbeeld voor de spotmeters en de favoriet voor vele fotografen. Het succes is te danken aan de betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en eenvoud in gebruik. De meter heeft een vaste beeldhoek van 1 graad en geeft een meetwaarde in de zoeker. Deze meetwaarde kan op de instelring worden ingegeven en de bijbehorende combinatie van diafragma en belichtingstijd kan worden afgelezen. Ook de plaats in het zone systeem kan worden afgelezen als de bijbehorende strip hiervoor is aangebracht. Nauwkeurige meetwaarden is een eerste stap in de gebruiksmogelijkheden van de meter. De tweede erg belangrijke stap is een goede waardering van het contrast. Een goede meter laat je gemakkelijk vaststellen waar de hooglichten en waar de schaduwpartijen zich bevinden.
D - Spotmeter ontmoet PDA (Personal Digital Assistant)
Zoals eerder opgemerkt hebben digitale camera's niet alleen een ingebouwde belichtingsmeter, zo kunnen ook een histogram laten zien. Naar mijn weten is er geen losse belichtingsmeter die ten tijde van het schrijven van dit artikel (april 2004) die deze beide functies combineert.
Ik heb begrepen dat een histogram alle waarden telt die in een tafereel voorkomen en staat los van de gemeten waarden in een tafereel. Een histogram is dus gebaseerd op een foto en niet op een meterwaarde. Voor een histogram heb je een foto nodig en voor een foto heb je een lens nodig. Tot nu toe zijn belichtingsmeters niet in staat een opname te maken.
Nu zou je natuurlijk een goedkope digitale camera kunnen nemen om een histogram te maken. Ik doe dat met de Canon 300D die ik regelmatig gebruik als een belichtingsmeter die opnamen kan maken. Maar daarnaast heb ik ook nog een spotmeter nodig en de verschillende functies van een losse belichtingsmeter.
Er zijn PDA's, zoals de Sony Clie NZ90 die met een fotografische lens zijn uitgerust en lage resolutie opnemen kunnen maken. Als zo'n PDA nu ook nog een histogram zou kunnen maken en ook nog voorzien zou zijn van een spotmeterfunctie, zouden we een ideaal meetinstrument hebben.
Een digitale spotmeter samenvoegen met een PDA met zoomlens, zou een spotmeter opleveren die foto's kan maken in- en uitzoomen, spotmeterwaarden van verschillende gebieden geven, het resultaat in een histogram weergeven. Dat histogram zou dan wel een driekleuren histogram moeten zijn om betrouwbare informatie over de drie kleurkanalen te verkrijgen. Het scherm zou met ongeveer 5x8 cm groter zijn dan het LCD scherm van een digitale camera. De spotmeterwaarden van de verschillende gebieden zouden in de opname kunnen worden aangegeven. Over- en onderbelicht gebieden zouden knipperen zoals nu in sommige digitale camera's gebeurt.
De opslagmogelijkheden zouden het mogelijk maken om foto's op te slaan zodat je de gegevens later kunt terugzien. Deze gegevens zouden in speciale "Histogram en Belichtingsoftware" geopend moeten worden, onafhankelijk van browsers, RAW converters of beeldbewerkingsoftware. Het zou mooi zij als we de gegevens zouden kunnen printen en zelfs een combinatie maken een GPS systeem op de plaatsbepaling vast te leggen.
Ik laat een voorbeeld zien van hoe zo'n meter er uit zou komen te zien. Met ongeveer het formaat van een PDA zou het veel kleiner zijn dan de Canon 300D en niet veel groter dan de huidige spotmeters.


Een CLIE NZ 90 PDA met mijn versie van een belichtingsmeter PDA software. Te zien is een opname met de PDA, een drie kleuren histogram, thumbnails van andere opnamen een pipet en vergroter, samen met de belichtingsinformatie. Een zoomlens aan de achterkant van dit apparaat zou nodig zijn om van groothoek naar telefoto te zoomen en daarmee het instrument compleet maken.

10 - Oefeningen ter verbetering van de fotografische vaardigheid
Geen van de artikelen in deze serie zou volledig zijn zonder oefeningen. I weet dat veel lezers deze oefeningen naarstig bestuderen en daar om zijn er hier een paar speciaal voor dit artikel.

A - Bepaal het algehele contrastbereik van een bepaald tafereel
Dit is een eenvoudige oefening waarbij je met de meter het lichtste en het donkerste deel opmeet. Dit gaat het beste met een spotmeter, maar ook de ingebouwde belichtingsmeter kan dit aan. Je kunt dan proberen zo dicht mogelijk bij het te meten gebied te komen. Is de afstand te groot gebruik dan een lens met een lange brandpuntafstanden gebruik zo mogelijk de spotmeterf unctie van je camera. Als je de twee gebieden hebt gemeten tel je het aantal stops tussen de gebieden en dat is je contrastbereik.

B - Meet de belangrijkste gebieden van een tafereel en schrijf de waarden in een schets van het tafereel.
Toen ik begon te werken met mijn eerste grootbeeldcamera, in 1983, maakte ik schetsen van elk tafereel waarvan ik een foto wilde maken. Met de Pentax 1 graads spotmeter mat ik de lichtwaarden van de belangrijke onderdelen en schreef die waarden op de tekening. Het vergelijken van de deze aantekeningen met de uiteindelijke afdruk leerde mij enorm veel over de manier waarop licht wordt vastgelegd en over de manier waarop licht wordt vertaald in licht en donkere gebieden op de afdruk.
De schets hoeft geen kunstwerk te worden; alleen de omtrekken van de gebieden volstaan. Hieronder is een voorbeeld zoals ik dat indertijd maakte samen met de foto. Op de schets zijn de lichtwaarden van de spotmeter weergegeven, die door de belichtingsmeter weer worden omgezet in combinaties van diafragma en sluitertijd.

Bridge Mountain, Zion National Park, Utah. USA. Arca Swiss 4x5 monorail zoeker camera, Rodenstock 210mm, Polaroid Type 52 Zwart-wit film

Dit is één van de schetsen die ik in 1983 maakte. Ik gebruikte transparant papier dat ik op het zoekerglas van de camera bevestigde. Er naast staan de overeenkomstige foto. Ik tekende de omtrek van de belangrijkste vormen, bepaalde de belichtingswaarden met de Pentax spotmeter en schreef die verschillende waarden in de tekening. Lichtwaarden zijn handig omdat je later kunt bepalen welke bijbehorende combinatie van diafragma en sluitertijd je wilt gebruiken. Van meer dan 100 4x5 foto's maakte ik vergelijkbare tekeningen gedurende mijn stage van zes maanden in het zuidwesten van Amerika.


C - Bracket ruimschoots
Bracket 5 stops over en onder de "normale" belichting. Hiermee maak je bewust over- en onderbelichte opnamen die veel lichter of donkerder zijn dan normaal

D - Leer de schalen van diafragma en sluitertijd uit je hoofd.
Hiervan heb je in het veld profijt.

E - Zoek het contrastbereik van je film(s) of van je digitale camera
Zie hoofdstuk 4 hierboven. Als je de aanwijzingen precies opvolgt weet je precies welk contrastbereik je kunt overbruggen.

De Hoodoos bij zonsondergang, Lake Powell Area, Arizona, Linhof 4x5 Master Teknica, Rodenstock 150mm, Fuji Provia 100F

Zoals bij vele landschapfoto's met luchten en schaduwpartijen is het contrast in deze foto erg groot. De oorspronkelijke dia had overal details maar ik had verscheidene contrastmaskers in Photoshop nodig om een gevoel van licht en helderheid in de afdruk weer te geven. Uiteindelijk geeft de afdruk mijn gevoel weer ten tijde van de opname.

 

11 - Conclusie
Het leren hoe je moet belichten volstaat niet met het vaststellen van de "juiste"belichting. De meeste camera's doen dit automatisch en veelal kunnen we daarop vertrouwen. De histogram functie laat ons het resultaat zien op het LCD scherm van de camera.
Hoe meer je er over leert hoe beter begrijp je hoe je belichting kunt beheersen. We zoeken niet altijd naar de juiste belichting maar naar het e ffect dat we willen bereiken. Daarvoor moeten we het contrast kunnen bereken en dat doet nog geen enkele camera voor ons automatisch. Omdat we onze creativiteit in stelling brengen hebben we aan de camera alleen niet genoeg. Camera's zijn hulpmiddelen die alleen weergeven zoals ze zijn geprogrammeerd.
Uiteindelijk willen we overwegen of we van een goed belichte foto een vergroting willen hebben en dan is zo'n foto de moeite waarde om te bewaren. Maar goed belicht is niet genoeg om een foto te bewaren. Daar komt meer bij kijken. Dat zullen we bespreken in mijn volgende artikel. Welke foto bewaren we en welke niet?
Zoals met vorige afleveringen eindigen we met een klein stukje Frans: deze serie is a suivre….
Alain Briot
Sonoran Desert, Arizona
Maart 2004



________________________________________
Alle rechten voorbehouden © Henk Backer 2003 - 2011